Khalid Boudou vertelt 27 oktober 2007 van 20:00 tot 22:00 uur. Khalid Boudou (1974) is geboren in Tamsamane (Marokko) en woont sinds jaar en dag in Tiel, dat door hem consequent wordt aangeduid als Tiel Aviv. Hij is hoofdredacteur van het Marokkaanse jongerentijdschrift 'a Tarik'. Zijn debuutroman 'Het schnitzelparadijs' (2001) is een moderne en tegelijk sociaal-realistische roman, die het leven van jonge Marokkanen in Nederland loepzuiver en op speelse wijze in kaart brengt. Nordip Doenia, de jonge hoofdpersoon in 'Het Schnitzelparadijs', gaat vrijwillig werken in de spoelkeuken van De Blauwe Gier, een groot restaurant in het plaatsje Opdeinen. Boudou, die ooit zelf in de keuken van een Van der Valk-restaurant werkte, beschrijft Nordips avonturen in deze onhygiënische 'sopkeuken' op felrealistische, humoristische wijze. Het schnitzelparadijs begint met een journalistiek bericht over een brand en eindigt met de beschrijving van de brand. Niet duidelijk is of de brand is aangestoken. Als Nordip het restaurant voorgoed verlaat, ziet hij rookwolken uit de keuken komen. Hij weet dat de anderen nog binnen zijn. "Hij is de enige die uit de misère van het bestaan komt. Nordip hheft de keuze gemaakt te stoppen met het werk in de keuken. De anderen hebben niets anders gedaan dan gescholden op het werk, maar kunnen de beslissing iets anders te gaan doen niet nemen. Daarmee is Nordip hen een stap voor," zegt Boudou zelf hierover. 'Het Schnitzelparadijs' is zeer lovend ontvangen en uitstekend verkocht. Boudou ontving er het Gouden Ezelsoor, de aanmoedigingsprijs voor het bestverkochte debuut. In 2005 verscheen de verfilming door Martin Koolhoven. In 2005 verscheen de hilarische satirische roman 'De president', over een groep illegalen die de macht overneemt in Zapland. Joesoef, beter bekend onder zijn bijnaam De President, is een illegaal en tevens 's lands beste - en minst klagende - asperge-steker. Door omstandigheden komt hij in aanraking met de politiek, in een land dat in chaos verkeert en waarvan het kabinet is gevallen. Joesoef schopt het tot president en rekruteert zijn illegale, aspergestekende collega's voor zijn kabinet, tegen een riant salaris. Bijgestaan door onder meer een seksmaniak en een betweter leert hij niet alleen leven met champagne en kaviaar, maar speelt hij ook het politieke spel vol verve: macht, opportnisme en nietszeggende interviews, De President draait er zijn hand niet voor om. Maar als alles hem te gemakkelijk af lijkt te gaan en sympathieke - en tevens allochtone - president in een echte politicus: zijn dagen worden bepaald door berekenendheid, wantrouwen en angst. Uiteindelijk pleegt hij zelfs twee politieke moorden.
|