Bestraffing in Nederland en Belgie

Bestraffing in Nederland en Belgie
Titel: Bestraffing in Nederland en Belgie
Auteur: Marc Groenhuijsen
T. Kooijmans
Y. van den Berge
Bestelnr.: 9789462400412
Uitgever: Wolf Productions
Prijs : € 15,50
Dit artikel is naar verwachting leverbaar vanaf 8 oktober 2013.
Delen:
Plaats in winkelwagentje
Vorige

De grote straftoemetingsvrijheid die het de Nederlandse rechter mogelijk maakt om zoveel mogelijk'maatwerk'te leveren, wordt van oudsher beschouwd als een belangrijk goed. Toch levert het strafrechtelijk systeem niet zelden uitkomsten op die moeilijk te begrijpen zijn. Het is daarom steeds de vraag hoe, ten minste, een consistente en systeemconforme straftoemeting kan worden gerealiseerd. Recent hebben verschillende wetten hun beslag gekregen via welke de wetgever de rechterlijke straftoemeting beoogt te sturen, met als belangrijkste gevolg dat zich een permanente spanning aftekent tussen de kaders die de wetgever in abstracto stelt voor de straftoemeting en de wijze waarop de strafrechter in concreto van de hem geboden straftoemetingsvrijheid gebruik maakt. Het belangrijkste doel van dit preadvies is om de systematische voordelen en nadelen van een grote discretionaire ruimte van de rechter ten aanzien van de straftoemeting in kaart te brengen en daarmee een begin van oplossingsrichtingen aan te reiken voor wetgevingsinitiatieven die de rechter beogen te sturen op het terrein van de straftoemeting. 

De Belgische wetgeving kent de strafrechter een ruime discretionaire bevoegdheid toe in de toemeting van straffen. De wetgever huldigt daarbij het principe van de scheiding der machten alsťťn van de belangrijkste rechtsbeginselen. Er bestaan geen officiŽle richtlijnen voor de straftoemeting, noch bepaalt het Strafwetboek strafdoelen. De straftoemetingsvrijheid heeft het voordeel dat de rechter zijn beslissing op concrete wijze kan individualiseren naar de aard, de ernst en de omstandigheden van de feiten en naar het gedrag en de persoonlijkheid van de dader. Deze vrijheid geldt zeker met betrekking tot de lichtere inbreuken op de strafwet gepleegd door personen met een gunstig strafverleden. Zij komen in aanmerking voor de alternatieven van de vrijheidsstraffen zoals de strafopschorting, het (probatie)uitstel en de werkstraf. Naarmate de rechter echter geconfronteerd wordt met ernstigere feiten, al dan niet gepleegd door recidivisten, verplicht de strafwet hem vaak tot het opleggen van zware vrijheidsstraffen. Vaak wordt uit het oog verloren dat ook de regels van de strafuitvoering precies voor die zware straffen (straftotaal boven de drie jaar) en zeker voor de recidive een strengere toepassing krijgen. Dit leidt vaak tot een effectieve bestraffing met dubbele werking. Voor bepaalde veroordelingen voerde de wetgever bovendien in 2012 een nieuwe bijkomende strafin: de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank. Deze zogenaamd bijkomende straf draagt alle kenmerken in zich van een lange vrijheidsberovende hoofdstraf. De gangbare mening bij de publieke opinie, bij de politieke overheid en zelfs bij de strafrechtspractici dat er in BelgiŽ een klimaat heerst van milde bestraffing, berust zeker voor de zware criminaliteit op misverstanden gevoed door een gebrek aan kennis van de regels van de bestraffing zowel op het vlak van de straftoemeting als van de strafuitvoering. Dit preadvies tracht daaraan tegemoet te komen.